Stichting Vrienden van de Grote Kerk

te Weesp

Historie

De Grote Kerk werd in haar huidige vorm gebouwd in de periode 1429 – 1462. Ze werd toen ook vernoemd naar de martelaar Laurentius. Omstreeks 1582 werd de kerk ingericht voor de protestantse eredienst. In de loop der jaren zijn er vele restauraties aan de kerk uitgevoerd.

 

In de jaren 1000 tot 1200 na Christus werd een kleine kerk gebouwd op de plaats van de tegenwoordige kerk. De eerste drie geledingen van de Romaanse toren zijn nog van die tijd. Met de bouw van een éénbeukige Gotische kruiskerk, voorzien van dwarsschip en koor werd in 1429 begonnen. Omdat de kerk hoger werd, moest ook de toren met twee geledingen worden verhoogd. De éénbeukige kerk kreeg door het langschip met dwarsschip en koor een basilicale plattegrond: het Latijnse kruis, in die tijd een zeer geliefde vorm van kerkbouw.

 

Deze kruiskerk bood waarschijnlijk na verloop van tijd niet voldoende ruimte, zodat aan het bestaande langschip aan weerszijden een zijbeuk werd gebouwd, waarin tevens het dwarsschip werd opgenomen. Hierdoor verdwenen de muren van het langschip en twee rijen pilaren kwamen hiervoor in de plaats. Vele parochianen maakten de bouw financieel mogelijk, voor zover zij niet, eigenhandig met de bouw bezig waren. Zo lezen wij dat Lijsbeth Claes van Ansendr de helft van het land achter de stadsgracht naliet "ter tymmerinck onser kerck".

 

Na 33 jaren bouwen werd de kerk op 26 augustus 1462 gewijd en kreeg de naam van de martelaar Laurentius. Het gebouw heet dus Laurentiuskerk, of St. Laurentiuskerk, maar men kan ook de Nederlandse vertaling kiezen: Laurenskerk. Aan de laatste benaming geven wij de voorkeur, vooral ook omdat deze in het verleden werd gebruikt.

 

Na de kerkwijding werd het koor verhoogd en nog later werd het middenschip op dezelfde hoogte gebracht en werd daardoor "lichtbeuk", omdat het van lichtvensters werd voorzien. Omstreeks 1582 deed de reformatie haar intrede. Het gebouw werd voor de protestantse eredienst ingericht : altaren en beelden verdwenen, muurschilderingen werden weg gepleisterd en de kansel kreeg een centrale plaats. Er wordt weleens verondersteld dat de kerk voordien een (bescheiden) beeldenstorm heeft ondergaan, maar hiervan zijn geen bewijzen te vinden. Bij besluit van 8 mei 1799 werd het R.K. kerkbestuur een bedrag van f. 8.116,25 aangeboden, waarmee het gebouw officieel als gekocht werd beschouwd.

 

Tot in het midden van de 19e eeuw waren er naar verhouding maar weinig banken in de kerk. De banken waren voor de notabelen en kerkraadsleden; het gewone kerkvolk, met name het vrouwelijk deel daarvan, moest ergens in het ruim een plaats zien te vinden, vaak op zelf meegebrachte stoelen. Enkele van de laat 16e eeuwse banken ziet u geplaatst tegen de muur aan de noordzijde van de kerk. In 1854 werden vaste banken aangebracht. Zij stonden in een soort kuipvorm opgesteld en waren naar de kansel gericht. Deze banken werden tijdens de kerkrestauratie in 1978 door de stoelen met biezen zittingen vervangen. Deze stoelen werden in 2006/2007 vervangen door de tegenwoordige stoelen.

 

In de loop der jaren zijn in, aan en op het kerkgebouw vele malen herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Sommige van deze werkzaamheden hadden de allure van restauraties, zoals van 1730 tot 1734 en in 1836. Een ingrijpende restauratie vond plaats in de periode van 1969 tot 1978. Sinds 2006 is de Grote Kerk de thuishaven van de protestante gemeente in Weesp en Driemond.