Stichting Vrienden van de Grote Kerk

te Weesp

Orgel

Het huidige orgel heeft twee voorgangers gehad. Het eerste heeft voor de reformatie tot 1592 dienst gedaan. In dat jaar bouwde Pieter Janszoon de Swart uit Utrecht een nieuw orgel, dat tot 1822 de gemeentezang begeleidde, maar toen was het dan ook versleten. De kerkmeesters namen het besluit de gebroeders Bätz, eveneens uit Utrecht, op te dragen een nieuw orgel te bouwen. Dit geschiedde en het instrument werd geleverd voor het bedrag van f.19.439.95.

 

Op zondag 12 oktober 1823 werd het orgel feestelijk in gebruik genomen: "Het orgel, voltooid zijnde, werd de dag der plechtige inwijding van hetzelve bepaald op zondag de 12 oktober 1823. Aan de Weleerwaarde Heer Jacob van Bleijenburgh, oudste Leraar der Gemeente, werd verzocht de feestrede uit te spreken, terwijl de fungerende leden van de Evangelisch Lutherse gemeente hier ter stede uitgenodigd werden de feestviering bij te wonen. Een aanzienlijke menigte van hoorders, zo uit de stad als van elders, was samengevloeid. De Leraar Jacob van Bleijenburgh betrad des voor middags ten negen uren de predikstoel en hield een doelmatige en algemeen goedgekeurde leerrede, ten onderwerp nemende Psalm 98 vers 4-7a, welke door Psalmen, Gezangen en orgelmuziek afgewisseld is geworden, wordende het orgel bespeeld door de heren Lingius en van der Eezen, organisten binnen deze stad.

 

Des namiddags deden de heren Boerse en Brachthuizen onder de toevloed van een aanzienlijke menigte, de kracht en welluidendheid van het speeltuig horen door het uitvoeren van een ouverture, koraal, gevarieerd gezang 40, de morgenstond, fluitconcert, bataille, sledevaart en finale. En zo eindigde dit feest, tot genoegen der Gemeente en van alle aanwezigen, bij welke gelegenheid de wenselijkste orde geheerst had".

 

In de loop der jaren zijn meer en minder ingrijpende herstelwerkzaamheden en restauraties aan het orgel verricht, o.a. in 1891. De laatste restauratie door de firma Blank te Herwijnen viel samen met de restauratie van het kerkgebouw.

 

Hier volgt een beschrijving van het orgel. De voorname kas in Empire-detaillering is verdeeld over Hoofdwerk en Rugpositief. De beide manualen hebben een omvang van C tot f''' Het pedaal is aangehangen en heeft een omvang van C tot d'. De dispositie luidt als volgt:

Hoofdwerk:

Prestant 16' Afsluiter op beide manualen

Bourdon 16' Tremulant op beide manualen

Prestant 8' Klavierkoppel (gehalveerd in bas en discant)

Roerfluit 8'

Octaaf 4'

Gedekt fluit 4'

Octaaf 2'

Quint 3'

Mixtuur 4', 6', en 8' sterk, gehalveerd in bas en discant

SexquiaIter 3' sterk (discant)

Cornet 5' sterk (discant)

Trompet 8' gehalveerd in bas en discant

Voxhumana 8' gehalveerd in bas en discant


Rug positief:

Prestant 8'

Holpijp 8'

Octaaf 4'

Roerfluit 4'

Gemshoorn 2'

Flageolet 1'

Mixtuur 3', 4, 5 en 6 sterk

Quint 1,5'

Sexquialter 2' sterk (discant)

Fagot 8'

 

Nog een enkele bijzonderheid: bij de laatste restauratie is de door Bätz-Witte in 1851 geplaatste Viola di Gamba op het rugwerk vervangen door een Quint 1,5'. Tevens zijn de oorspronkelijke bakstukken van de klavierbak, die door de fa. Sanders in 1937 waren vervangen, opnieuw geplaatst.

 

Boven op het orgelfront staan twee engelen. De engel links heeft een palmtak in de hand als symbool van de vrede; de andere engel heeft niet een krans maar een slang vast, die zichzelf in de staart bijt als symbool van de eeuwigheid.

 

Het orgel wordt gedragen door zes houten gemarmerde pilaren. In de natuurstenen voeten staan de namen gebeiteld van de zonen van beide predikanten en van vier notabelen in de gemeente ...........van 1823 uiteraard.

 

Meer informatie over het orgel vindt u op 'http://www.xs4all.nl/~twomusic/orgel/orgel.html'