Stichting Vrienden van de Grote Kerk

te Weesp

Het koor

Voor de reformatie speelden zich in het koor de voornaamste kerkelijke handelingen af. Daarna heeft men in de kerk van Weesp nooit meer goed geweten wat men met deze niet-reformatorische kerkruimte moest aanvangen. Tot midden van de 19-de eeuw was het koor de excercitie plaats van de schutterij. Later werd het koor gebruikt als opslagplaats van allerlei afgedankt meubilair, onzichtbaar achter een hoog gordijn, dat in 1871 werd aangebracht ter "vermijding van de tocht".

 

Na de restauratie werd het koor ingericht als "trouwkerk", maar het wordt als zodanig nauwelijks gebruikt, omdat de bruidsparen de voorkeur geven aan "de" kerk. Gedurende eeuwen (tot 1830) is in de kerk begraven; in het koor werden de stoffelijke overschotten van kerkelijke- en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders ter aarde besteld. Zo bevindt zich in het koor de grafkelder van de familie Yselsteyn, die in de 15e en 16e eeuw het slot "Ten Bosch" bij Uitermeer bewoonde. Nazaten van deze familie waren aan de Oranjes geparenteerd. Na de reformatie werden predikanten, die te Weesp overleden waren, in het koor begraven. Maar ook vinden we er de grafkelder van de bekende Weesper patriciersfamilie van Hugenoten afkomst : d'Arrest.

 

Opvallend koormeubilair is een laatgotische tafel uit 1475 met daarop een koperen lezenaar. In het koor staan nog enkele banken, welke dateren uit de tijd dat er vierkante meters kerkvloer gehuurd konden worden, waarop door de huurder deze "particulieren" zitbanken geplaatst worden. De banken moesten verplaatsbaar blijven in verband met het begraven in de kerk.

 

Het koorhek

Vóór het koor staat een fraai koperen koorhek. Het vertoont veel overeenkomst met het koorhek van de Utrechtse Jacobikerk. De maker daarvan was Jan van den Eijnde uit Mechelen, zodat algemeen wordt aangenomen dat ook hij de meester is van het Weesper koorhek, dat vermoedelijk omstreeks 1525 geplaatst is.

 

Het hek werd aangebracht tussen beide hoekpilaren van het koor, zodat op elk dezer pilaren de helft van een wijkruis verwijderd moest worden. Tijdens de restauratie is het koorhek wat verder het koor ingezet, zodat de halve wijkruizen nu goed zichtbaar zijn.

 

In het open gedeelte van het koorhek bevinden zich het "Tien geboden bord" en het "Credobord" uit de 17e eeuw. Voor de reformatie hebben op deze plaatsen vermoedelijk beelden gestaan. Men spreekt van de heiligen Laurentius en Magdalena.